Gedicht over Dickens in de Liemers
Mindy Amting, onze dichteres tijdens Dickens in de Liemers, heeft een prachtig gedicht gemaakt over ons mooie evenement!
Rond dwalen in een tijd die vroeger was.
Geen idee hoe het was, maar het is betoverend.
Je word meegezogen door de sfeer die er is.
Simpelweg is er geen perfect woord voor.
Het is een gevoel dat van binnen komt.
Overal mensen om je heen, met een glimlach
Nog mooier dan de grootster ster.
Onze parels stralen alsof ze nog nooit beschadigd zijn.
Prachtige klanken van de accordeon komen je tegemoet.
Meneer Dickens begroet je met de grote hoed die hij omhooghoudt.
Het authentieke straatbeeld van die tijd grijpt je bij de hand
en neemt je mee terug in de tijd.
Terwijl de laatste restjes daglicht verdwijnen, sluipt de avond ongemerkt naderbij.
Het is koud, de avond valt in en de mist dwarrelt in het rond.
In de verte zie je een warme, dampende vuur ton
met sierlijke pluimpjes rook.
Het koude gezicht wordt omvat door de warmte
langzaam krijgt het kleine krantenmeisje het warmer.
Rode blosjes verschijnen.
Op een afstandje hoor je hem al aankomen, met een hoop kabaal.
Met rimpels diep in het hoofd getrokken
en een slepende wandelstok die over de schors van het park schraapt,
verraadt hij zichzelf.
Iedereen in de buurt verstijft;
Ze staan stil alsof zelfs een ademhaling hoorbaar zou zijn.
Verfrommeld trekt de vrek zijn wenkbrauw op en moppert:
‘moet jij niet aan het werk?’
Je kunt een haartje horen vallen, zo stil is het.
Strompelend vertrekt hij
en de dorpelingen kunnen weer ademhalen.
De schoorsteenveger komt vluchtig voorbij,
met de ladder op zijn nek
en vegen van roet op zijn snoet.
Hij haast zich naar de kachel een stukje verderop.
Vluchtig steekt hij de veger door de pijp
en hoopt zo snel klaar te zijn,
maar helaas, dit keer gaat het mis.
Op een stille afstand staat de veldwachter te kijken
en doorziet wat de schoorsteenveger van plan is.
Die maakt dat hij uit de voeten komt en zet het op een lopen,
maar nog net weet de veldwachter hem bij de kraag te vatten.
Met de handen op de rug wordt hij afgevoerd naar het gevang.
Van luxe is geen sprake:
een houten plank met een gat erin.
Daar moet je de nacht op doorbrengen,
want de vloer is vies en koud.
De avond is verder ingezakt,
maar iedereen is nog even vriendelijk op straat.
Het is tenslotte bijna kerst.
Zachte noten van gezang klinken in het oor.
Het kinderkoor zingt met prachtige, fluwelen keeltjes kerstliederen.
Het hart klopt ritmisch mee:
een gevoel van warmte treedt binnen
en spontaan beginnen mensen mee te zingen.
Het gezang ebt langzaam weg in de nevel van de mist.
De mensen blijven nog even staan,
Alsof niemand dit moment wil missen.
De mist omsluit zich in de straten en slokt alles weer op,
alsof het er nooit is geweest.
Maar wie hier is geweest
neemt een stukje van die tijd mee naar huis
en draagt het voor altijd in het hart.
Mindy Amting